René Cuperus

foto Rene. park3.jpeg

Optimisme als plicht
In zijn preek vraagt René Cuperus aandacht voor de richting waarin onze samenleving zich beweegt. Een richting die hem zorgen baart. Geven we echt een betere wereld door aan de nieuwe generaties? Hoe bezweren we onze toekomstangst? En hoe houden we vast aan optimisme als morele plicht?

Cuperus, geboren in 1960, ziet zichzelf als een typische post-babyboomer. De generatie die zich afzette tegen ‘heilige huisjes’ en tradities en die met genoegen afbrak. ‘Weg met de kerken, weg met kleinburgerlijkheid en achterhaalde gemeenschapszin’, dat hebben de babyboomers met verve uitgedragen en grotendeels voor elkaar gekregen. Cuperus meent dat er sprake is van doorgeslagen modernisering en zoekt als tegenwicht een richting die toch weer verbindt. Voor wat werd weggegooid, is geen volwaardige vervanging gekomen; geen meeslepende toekomstidealen en geen nieuwe rituelen. Terwijl de behoefte daaraan juist nu zo groot is, in deze wereld op drift.

Troost en hoop
Op vakanties bezoekt hij met zijn gezin ‘kerken en concentratiekampen’. Dat lijkt wonderlijk, maar voor de historicus Cuperus sluiten die bestemmingen naadloos aan bij zijn levenspad. Eerst echt begrijpen wat het kwaad van de Tweede Wereldoorlog heeft betekend om je daarna te verbinden met de versteende plaatsen van lijden, troost en hoop. Als ‘cultuurchristen’ die begrijpt dat onze Westerse cultuur schatplichtig is aan het christelijk geloof. Niet voor niets is Cuperus ook gids/bestuurslid bij Kamp Amersfoort en lid van de Raad van Toezicht van Theater De Lieve Vrouw.

De wijk, zijn thuis
Voor zijn preek heeft René het koor uit De Luiaard – het wijkje waar hij woont tussen het zwembad en de Stadsring – gevraagd om te zingen. Het is een uiting van hoe hij zich in Amersfoort geworteld voelt. Als wetenschapper en publicist reist hij de hele wereld over om te spreken, kennis te delen en te luisteren, maar zijn Amersfoortse wijkje vormt zijn uitvalsbasis.

Advertenties