René Cuperus (februari 2018)

Welke wereld geven we door?

René Cuperus

18 februari 2018

 Foto RC

 

Dames en heren, Familie en Vrienden,

Of u nu gelovig bent of ongelovig, nooit naar de kerk gaat, of altijd naar de kerk gaat, ik heet u allemaal van harte welkom bij deze Preek van de Leek. Ik stel het zeer op prijs dat u hier vanmiddag allemaal met elkaar bent samengekomen.

Want dat is ook precies wat een kerk in essentie is: een samenkomst. Als het even kan, een bezielde of inspirerende samenkomst van mensen.

Mijn ouders hadden me hier moeten zien staan. Hun zoon ‘voorganger’ in een rooms-katholieke kerk. Pardon? Zijn de organisatoren van de Preek van de Leek goed verzekerd? Want als tamelijk strak opgevoede protestant moet ik in deze prachtige rooms-barokke kerk de neiging onderdrukken een kleine beeldenstorm te gaan beginnen.

Om al die Maria- en heiligenbeelden eruit te slopen. Zodat er alleen nog een sobere kerk met een kruis overblijft!!

Niet waar, hoor. U kunt gerust zijn. Ik heb mijn sloophamer thuisgelaten. Ik hou van alle soorten kerken.

Op vakantie sleuren wij onze kinderen langs alle mogelijke kerken. Die zijn in het buitenland godzijdank open. De Kerk speelt vooral in onze vakanties een prominente rol. Kerken en concentratiekampen (daar kom ik nog op). Daar zijn mijn kinderen mee opgevoed.

Kerken zijn en blijven bijzondere gebouwen, ook voor niet-gelovigen, of voor niet langer gelovigen.

Zoals ook deze kerk een hele bijzondere sfeer ademt, die je nergens verder zo tegenkomt. En die in combinatie met muziek helemaal buitenaards is.

Dat gold zonet toen u binnenkwam met een prachtige Cantate van Bach (Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir, BWV 131, in de uitvoering van Jos van Veldhoven).

Het geldt ook voor de muziek die nu voor u gezongen gaat worden. Met mijn eigen buurtkoor! Eigen buurtkoor?

MUZIEK: Koor: Gaudete

Jawel, hier staat het Grand Luiaard Christmas Carols Koor, waarmee we in de donkere decemberdagen Christmas Carols zingen in ons bijzondere buurtje De Luiaard, bij Park Randenbroek. Dat gebeurt bij vuurkorven op straat, en met steeds meer Glühwein. Vanmiddag – zonder Glühwein -, zingt ons koor, onder leiding van Fred van Kan, een bekend gezicht in deze kerk, Gaudete: een kerstlied dat we ook op straat zingen, maar van universele waarde.

 

****

 

Familie, vrienden, dames en heren: mijn thema van vandaag luidt:

Welke wereld geven we door aan onze kinderen en kleinkinderen?

Welke wereld laten wij na aan de nieuwe generaties?

 

Ik merk dat ik daar een dubbel, schizofreen gevoel bij heb. Positief en negatief. Soms bejubel ik die nieuwe toekomst, soms verafschuw ik die. Aan de ene kant lijkt de wereld avontuurlijker en spannender dan ooit tevoren in de geschiedenis. De wereld wordt echt een soort global village, een werelddorp.

Kijk naar onze kinderen: die hebben het gevoel (en leven daar ook naar) dat de wereld aan hun voeten ligt. Dat ze in principe overal op de wereld zouden kunnen studeren, werken en wonen.

Ik zal het nog sterker vertellen: daar, in dat mobieltje, zit mijn zoon Daan! Die kan hier vandaag, jammer genoeg, niet bij zijn. Die zit een half jaar in Hongkong, studeert op de universiteit daar.

Het mooie van deze nieuwe wereld is dat ie er dus ook weer wel bij is: mijn dochter Lotje heeft tijdens deze hele Preek een Skype-verbinding open staan met Daan in Hong Kong (gratis natuurlijk). Het is daar 7 uur later: dus 11/12 uur in de avond. Het zou leuk zijn als we allemaal even naar Hong Kong zouden zwaaien, zodat Daan helemaal het gevoel heeft bij de Preek van zijn vader te zijn.

U ziet: de wereld ligt aan onze voeten: Amersfoort-Hong Kong: die afstand is nog nooit zo klein en overbrugbaar geweest. De globalisering levert – via reizen, internet, studentenuitwisseling – een uiterst fascinerende wereld op. Dat is het positieve nieuws.

Positief is ook dat we, vermoed ik, een wereld doorgeven waarin wetenschap en technologie de mens nog veel meer van dienst zullen zijn en comfort zullen geven dan nu al het geval is. Als je ziet hoe snel wereldwijd wetenschappelijk onderzoek gaat, dan wordt er steeds meer bekend over ziektes, voeding, hersenen e.d.. Het kan niet anders of de mensheid gaat er in dat opzicht spectaculair op vooruit. Geen kanker meer. Geen dementie. Geen nieuwe heupen meer. Allemaal opgelost.

Dat zal ook voor technologische innovaties gelden: volgens experts rijden we over 10 jaar al met zelfrijdende auto’s schade- en ongelukkenvrij over de autowegen. Of vliegen we door de lucht met onze eigen helikopter-drone. Als je de experts en toekomststudies allemaal moet geloven, geven we aan de generaties na ons een totale science fiction-wereld door. Dat is de spannende kant van het verhaal.

Maar we geven niet alleen positieve ontwikkelingen door, ook negatieve ontwikkelingen. En ik betrap me zelf er op, soms meer dan me lief is, dat bij mij de bezorgdheid over die negatieve toekomstontwikkelingen soms de overhand krijgt. Ik verzet me daar tegen, omdat ik een houding van toekomstpessimisme eigenlijk onverantwoord vind ten opzichte van je kinderen en kleinkinderen. Hoe kun je pessimistisch zijn over de wereld die je hen nalaat?

Maar toch: Hoe gaat onze labiele samenleving, die al tamelijk oriëntatieloos en logeslagen van haar traditionele ankers rondwaart, reageren op nog heftiger veranderingen dan we in de afgelopen decennia al gezien hebben?

Ik heb wel eens ergens gezegd: ik word optimistisch over mens en wereld als we ons afbewegen van de horror van de 20ste-eeuw – Tweede Wereldoorlog, holocaust, de crisis van de jaren dertig -, maar pessimistisch als ik het gevoel heb dat we ons daar eerder weer naartoe bewegen. En juist dat laatste lijkt nu het geval.

Zitten we niet weer middenin discussies over etnisch nationalisme, rassenleer, antisemitisme. Allemaal ismes die bij die gruwelijke 20ste-eeuw horen, en die we achter ons gelaten dachten te hebben. Niet dus. Het keert allemaal weer terug, bijna alsof er niets gebeurd is. Daar maak ik me zorgen over. En ik niet alleen. We moeten met alle macht en kracht en bezieling die in ons is, de wereld weer terugduwen op een andere koers.

Wat we uiteindelijk we nodig hebben, is wat de filosoof Karl Popper ooit fraai ‘’de morele plicht tot optimisme’’ heeft genoemd. We zijn als mensen verplicht om open en nieuwsgierig de toekomst tegemoet te treden. Toekomstangst is geen optie. Eigenlijk nooit.

Op zich heb ik ook wel een diep vertrouwen in de wijsheid van de mensheid. In de creativiteit, het aanpassingsvermogen, de inventiviteit. Ongelooflijk wat de mensheid heeft gepresteerd. De rijkdom, de welvaart, de ontwikkeling van de menselijke beschaving is adembenemend. En vaak zijn grote dreigingen en gevaren bezworen. Uiteindelijk is het 1000-jarig Rijk van Hitler en de nazi’s overwonnen, uiteindelijk is de apartheid afgeschaft en werd de Berlijnse Muur neergehaald.

En toch: de wereld blijkt nooit een rustig bezit. Altijd op je hoede zijn, waakzaam. Dat is de les en Opdracht van de 20ste-eeuw. De tweede kans die we van de geschiedenis hebben gekregen, zoals de Duitsers dat fraai noemen.

Ik heb dus, laat ik het maar eerlijk toegeven, enige last van toekomst-bezorgdheid.

Dat heeft sterk te maken met hoe ik gevormd ben, en dat is in sterke mate door de gruwelen van de 20ste-eeuw, de wereldoorlogen, de Holocaust en de Goelag. Ik ben niet voor niets historicus geworden. Puur vanwege de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Om te begrijpen, om te verklaren (of juist niet te kunnen begrijpen) hoe een zo burgerlijk-christelijk land als Duitsland zo kon ontsporen tot diep in de aller-duivelste barbarij. En hoe een land als Nederland daar ook nog eens vergaand in mee is gegaan, met een driedubbele houding van collaboratie, wegkijken en verzet.

Daarom ben ik ook actief als gids en bestuurslid in voormalig Concentratiekamp Amersfoort (nu een Nationaal Monument), hier niet zover vandaan. Ik ben in Kamp Amersfoort terecht gekomen via de Wiardi Beckman Stichting, wiens naamgever daar in oorlogstijd gevangen zat. Die heeft uiteindelijk – eerst in Natzweiler en later in Dachau – de nazi-terreur met de dood moeten bekopen.

Kamp Amersfoort is een naziconcentratiekamp, waar – hoe klein ook – toch bijna alle gruwelen van de Tweede Wereldoorlog in zijn aan te treffen geweest. Een microkosmos van het kwaad.

Voor mij blijft de 20ste-eeuw, beter gezegd: de gruwelen van de 20ste-eeuw, een Opdracht inhouden. Dat nooit meer. En daaruit komt mijn bezorgdheid van vandaag voort. Zijn we niet bezig die Opdracht van de 20ste-eeuw te vergeten? Te verkwanselen zelfs?

 

De opdracht was:

Nooit meer oorlog vanuit nationale superioriteit, nooit meer etnisch-raciaal uitsluitingsdenken, nooit meer grootmachtdenken tegen kleine landen, nooit meer economische crisis, perverse sociale ongelijkheid en armoede, zoals in de jaren dertig.

De naoorlogse generatie heeft als buffer daartegen een uniek bezweringspakket samengesteld: de democratische rechtsstaat en de verzorgingsstaat. Met respect voor minderheden en mensenrechten, met een sociaal vangnet voor pech en lijden. Met Europese samenwerking over grenzen heen.

Zijn we niet bezig dat allemaal op het spel te zetten? Met de opkomst van extreemrechts, autoritarisme, de kritiek op de democratie, de opmars van nieuw antisemitisme, nieuwe ongelijkheid, een aangetast gevoel van sociale zekerheid en culturele continuïteit door slecht begeleide migratie en door teruggekeerd wildwest-kapitalisme.

Laat ik maar gewoon met de deur in huis vallen. Ik maak me grote zorgen of we het naoorlogse samenlevingsmodel (historisch en geografisch gezien een bijna-paradijs op aarde), of we dat wel in stand zullen weten te houden. Het wonder van Nederland (van heel West-Europa) is dat naoorlogse generatie een goed georganiseerde middenklassensamenleving heeft voortgebracht- met weinig ongelijkheid en veel respect voor de individuele mens. Lukt het ons dat paradijs overeind te houden in de stormen van globalisering, migratie, robotisering?

Dat is de kernvraag. Of krijgen we daarvoor in de plaats weer een verdeelde, gefragmenteerde, uit elkaar vallende, conflictrijke samenleving zonder positief en enthousiasmerend toekomstbeeld?

Misschien lees ik teveel toekomststudies voor mijn werk: maar je wordt niet heel vrolijk van de toekomsttrends die experts ons allemaal voorhouden.

De opkomst van China en India en het steeds verder marginaliseren van ons, Westerlingen. Een mogelijke nieuwe wereldoorlog tussen China en Amerika. De klimaatcrisis. De robotisering en het verdwijnen van heel veel banen uit de samenleving. Nog verder verscherpte samenlevingsconflicten in de multiculturele samenleving. Oorlog en instabiliteit rondom Europa, in het Midden-Oosten en in Afrika: met de kans op massale vluchtelingenstromen naar Europa. En ga zo maar door. Dat is het beeld voor de komende 50 jaar.

Daar word een mens niet heel vrolijk en optimistisch van. Eerder maatschappelijk depressief. Daar betrapte ik me dus laatst op. Ik schrok van die gedachte bij mezelf. Want ik vind zulk toekomstpessimisme onverantwoordelijk. Onverantwoordelijk voor mijn kinderen (en eventuele kleinkinderen, die ik nog niet heb). Hoe kun je zo negatief denken over de wereld waarin zij moeten leven?

Nou ja, het moet hier geen lezing worden, maar een preek blijven. Dus ik ga hier nu niet al te uitgebreid op door.

Maar toch nog dit. Mijn extra zorg is dat ik geloof dat we momenteel een samenleving hebben die grootscheepse verandering moeilijker kan verwerken. Omdat bestaande tradities, waarden en instituties zijn verzwakt. De westerse wereld zit in een soort culturele oriëntatiecrisis. Een cultureel niemandsland. We weten even niet zo goed waarheen we op weg zijn. Missen een duidelijk vooruitgangsgeloof, onmachtig als we ons voelen als kleine speler in die grote globaliserende wereld.

Daar speelt ook een rol bij wat ik de ‘’dubbele secularisatie’’ noem: mensen zijn niet alleen het geloof in god verloren of de band met traditionele religie kwijtgeraakt. Er is ook zoiets als politieke secularisering: veel mensen hebben ook het geloof in politiek verloren: geloven niet meer dat politiek of gemeenschappelijke actie hun leven beter zou kunnen maken.

We zijn op een punt aanbeland dat we ons realiseren dat de ‘neoliberale’ toekomstkoers van globalisering, flexibilisering, multiculturalisering niet alleen maar zonnige kanten heeft, maar ook tegenkrachten oproept, verliezers kent en negatieve effecten sorteert. Met grote toekomst-onzekerheid als gevolg.

En die wordt slim uitgebuit en geëxploiteerd door het nationaal-populisme. Die zeggen: stop met die ingeslagen koers van internationalisering; take back control, grenzen dicht, etc.. Wel fors in strijd met de Opdracht van de 20ste-eeuw: niet louter koersen op nationalisme, geen stigmatisering van hele bevolkingsgroepen, geen ondermijning van de democratische rechtstaat.

Die populistische tegenreactie maakt ons nog toekomst-onzekerder. Dat is de situatie waar we in zitten, en die dreigen we door te geven aan onze kinderen.

We moeten weer terug naar de Opdracht van de 20ste-eeuw. Mensen moeten in deze onoverzichtelijke globaliserende wereld meer sociale zekerheid en culturele continuïteit geboden worden. Want als historicus ben ik beducht voor ontworteling. Je moet enorm oppassen wanneer veranderingen mensen veel te snel gaan, helemaal wanneer veel mensen die veranderingen als bedreigend of als onrechtvaardig waarnemen. En dat is nu het geval. Zie het verlies in politiek vertrouwen, zie de opkomst van het populisme.

De naoorlogse generatie – wijs geworden door crisis en oorlog- heeft mensen sociale en culturele zekerheid verschaft na een zeer heftige tijd. De AOW van Drees tegen ouderenarmoede is het symbool van de naoorlogse verzorgingsstaat.

Aan dat zogeheten naoorlogs sociaal contract is fors gemorreld. Door sociale en culturele veranderingen, door bezuinigingen, maar ook in culturele zin door de jaren zestig-babyboom-generatie: die heeft die naoorlogse beschermingswal vervangen door een programma van sex, drugs and rock and roll. Leuk en aardig, maar een samenleving hou je daar niet mee bij elkaar, zeker niet in de stormachtige veranderingen van de laatste decennia.

Veel van onze tradities en ankers (verzorgingsstaat, vaste baan, huwelijk, geloof, gemeenschap, democratie, pensioen) zijn sindsdien tamelijk wankel en onzeker geworden. Onze elite is zelf onzeker geworden, de weg kwijtgeraakt in de globaliserende wereld. Geven niet het goede voorbeeld, leiden te weinig of wekken de fatale indruk vooral voor zichzelf te kiezen: met privileges en bonussen. Geen noblesse oblige.

Daardoor ook missen we een sterk, offensief toekomstverhaal tegen de ondergangssamenzweringen van de nationaal-populisten. Terwijl wij, als burgers op een zekere toekomstkoers van de samenleving willen kunnen vertrouwen: hoe kunnen we van de Europese Unie een succes maken? Gaat het lukken de islam te verzoenen met onze westerse wereld? Hoe kunnen we de democratie heruitvinden, nu jongeren bijna geen lid meer worden van politieke partijen?

 

Mijn toekomstbezorgdheid hier op tafel te leggen en met u te delen: dat is waarom het mij ging in deze Preek van de Leek. Hoe bezweren we onze toekomstangst? Hoe herpakken we ons optimisme in een tijd van enorme verandering, flexibiliteit, onvoorspelbaarheid?

Hoe laten we onze kinderen en kleinkinderen een beschaafde, redelijke wereld na?

Met het wegvallen van de rondom de kerk georganiseerde christen-democratie en de rondom de vakbeweging georganiseerde sociaal-democratie is het naoorlogse Europese samenlevingsmodel uit balans geraakt.

Ik zie, eerlijk gezegd, geen wederopleving van die oude stromingen – in geen velden of wegen -, maar ik ben optimistisch dat andere vormen van collectieve actie, een hernieuwd geloof in democratie en politiek die rol zullen overnemen, en de perverse kanten van onze materialistische marktsamenleving weer in balans zullen brengen.

Dat zullen mijn kinderen en kleinkinderen gaan doen. In die zin, en zo eindig ik, ben ik een rasoptimist. De gruwelen van de 20ste-eeuw: die kant gaan we nooit meer op!!

Advertenties